Ineke Holzhaus

Ineke Holzhaus

Dichter, schrijver, theatermaker en poeziedocent

In elk kind ligt een gedicht verborgen. Ik weet zeker dat ik mijn eigen poëzie eerder serieus had genomen, als ik op school in een workshop aanwijzingen voor verbetering had gekregen. Het is mijn plezier schrijfopdrachten zo te formuleren, dat leerlingen hun eigen gedicht kunnen ontdekken. Soms blijft het bij dat ene gedicht, maar er zijn ook kinderen en jongeren die verder gaan met schrijven en voor wie dat veel betekent. Als zij zich door een opdracht opnieuw laten verleiden om bij een thema of naar het werk van een professionele dichter een krachtig nieuw gedicht te schrijven, ben ik altijd opgetogen. De leerlingen tonen me gedachten en gevoelens die ook in mijn leven een rol spelen. Zo inspireren ze mij weer tot het schrijven van poëzie voor jongeren. En dan is de cirkel mooi rond. 
 

Klik hier en hier voor de websites van Ineke Holzhaus.

Poëzie in tijden van corona

Online workshop: Ik, jij en een kaartje

Voorstel tot een workshop gedichten schrijven op afstand in coronatijd.

Aan de hand van enkele bestaande gedichten, die te maken hebben met de thema’s missen en dreiging, geeft Ineke Holzhaus de docent tips om de leerlingen gedichten te laten lezen, erover na te denken en dan stapsgewijs te laten schrijven.

  1. Eerst een gedicht in de ‘ik’ vorm.
  2. Het gedicht herschrijven in de ‘jij’ vorm.

En als laatste opdracht, maar dat is een bijzondere toevoeging:

  1. Het gedicht opnieuw herschrijven. De laatste versie wordt geschreven op een kaartje dat gestuurd, of gebracht wordt naar een verzorgingshuis in de buurt. Het liefst met een tekening bij het gedicht. In de laatste versie van het gedicht, moet er dus rekening gehouden worden met de toekomstige lezer. De leerlingen kunnen ook aan een opa of oma of een oudere buur schrijven, maar aan een onbekende schrijven geeft meer vrijheid aan de jonge dichter. Misschien verandert het gedicht wel helemaal als je naar een oudere in een verzorgingshuis schrijft.
  2. De leerling heeft als eindresultaat drie eigen gedichten.

Online opdracht: Je eigen leven verandert als de wereld in de war is

Hier vind je twee gedichten met bijbehorende opdracht voor bovenbouw HAVO, VWO.

Het eerste gedicht is van Antonio Cisneros, een Peruaanse dichter die leefde van 1942- 2012. In zijn werk spelen de geschiedenis van zijn land en de positie van de mensen die er wonen een grote rol.
Het tweede gedicht is van Koos Schuur, een Nederlandse dichter die lang in Australië woonde en daarover heeft gepubliceerd. Hij leefde van 1915-1995. Het gedicht ‘Het kind en ik,’ speelt in de Tweede Wereld Oorlog.

In allebei de gedichten is wat er in de buitenwereld gebeurd, van grote invloed op de mensen in het gedicht. Een gebeurtenis in de wereld, heeft invloed op de intimiteit van het gedicht.

Bij elk gedicht staat een opdracht. De vragen zijn bedoeld om je aan te sporen bijzondere dingen te schrijven.
In de vorm ben je vrij, maar probeer niet regels te schrijven die een rijmwoord hebben aan het eind van de regel. Als het per ongeluk een keer gebeurt, is het prima, maar ga niet naar rijmwoorden zoeken. Andere woorden zijn zeker veel belangrijker in je gedicht.

 

Toen kwam er een grote walvis (zomer 1978)

Toen kwam er een grote walvis in de wateren van Cunchán die daar voor anker ging.

Blauw was hij als de hemel blauw was, zwart met een bewolkte lucht.

En hij was blauw.

Iemand had hem zien komen uit het Noorden (waar er veel zijn, naar men zegt).

Iemand had hem zien komen uit het Zuiden (waar het vriest en waar de leeuwen wonen.)

Anderen zeggen dat hij op zijn eentje zomaar opdook als een paddenstoel

of als een wijnruitblad.

Wie dat blijven zeggen, zijn de mensen van Villa El Salvador, de armsten van de armen.

Het worden er steeds meer tezamen, achter de witte duinen en op het zand, mensen als los zand op een zandvlakte.

(Van de zee dringt alleen iets tot ze door wanneer die ruig is en de wind naar zout ruikt).

De wind die over de blauwe rug strijkt van de dode walvis, een eilandje

van aluminium in de zon.

De walvis die van Noord en Zuid kwam, en hier, in zijn eentje,

zomaar opdook uit de stromen.

De grote dode walvis.

De overheid vreest voor de kust, een blauwe ramp voor de stranden van Conchán.

De grote dode walvis.

(De overheid waakt over de gezondheid van de zomergasten.)

De walvis zal heel gauw gaan rotten als een rijpe vijg in de zomer.

De ramp is, om precies te zijn, 40 runderen die verrotten in de zee

(of 200 schapen of 1000 honden.)

De overheid weet niet wat zij met zoveel dood vlees aan moet.

De zomergasten passen wel op voor de ramp die op til is in de tijd van wieren

op het natte zand.

Maar op het strand van Villa El Salvador zitten ze niet stil.

Het is doorgedrongen tot de armsten van de armen dat achter de heuvels

een eiland drijft van vlees dat nog van niemand is.

En als de dag aanbreekt - niet van de oceaan maar van het zand –

worden de beste keukenmessen geslepen en de bijl van de slager.

Zo worden de weinigen bewapend die zwemmen konden in Villa El Salvador.

En te middernacht worstelden ze met de diepten waar de golven bruisen.

De grote walsvis dreef nog prachtig in de ijskoude golfslag.

Nog altijd prachtig.                                                                           

- Antonio Cisneros

 

In dit gedicht brengt een gebeurtenis verandering in het bestaan van de mensen.

Het gedicht lijkt op een korte vertelling, maar de tekst heeft ook alle kenmerken van een gedicht. In de titel wordt meteen verteld waar het verhaal over gaat, er wordt geen gebruik gemaakt van een spanningsopbouw waardoor je er langzaam achterkomt wat er aan de hand is. In jouw gedicht kun je dat natuurlijk anders aanpakken.

De gebeurtenis wordt beeldend verteld. Je kunt het verhaal als het ware met een filmcamera volgen. Door een ingreep van de dichter, krijgt de gebeurtenis sprookjesachtige trekken; want een walvis die uit het Noorden én uit het Zuiden komt, is groter dan de werkelijkheid.

In de verschijning van de walvis, zou je een parallel kunnen zien met het verschijnen van een heilige of zelfs een god op aarde. In het katholieke Peru zal dat zeker mee resoneren.

De armsten van de armen lijken dan misschien op de herders die naar de stal kwamen.

Het gedicht krijgt het karakter van een volksverhaal. Er zit ook humor in, de overheid treedt op als een domme August, die het probleem niet kan oplossen. Bij het woord ‘maar,’ neemt het gedicht een wending. De herhaling werkt sterk, het is of je de mensen mee hoort praten.

 

Opdracht

Denk aan een gebeurtenis in de wereld die belangrijk is voor jou op dit moment of eerder in je leven. Misschien is het niet eens een grote gebeurtenis, maar door wat hij teweeg bracht, kreeg hij steeds meer betekenis.

Schrijf je eigen trefwoorden op over jouw gebeurtenis en schrijf dan aantekeningen bij de volgende aandachtspunten. (Natuurlijk kunnen het ook al (delen van) regels zijn.)

Was je alleen, waren er anderen bij die hun mening gaven over het gebeurde?

Waren de weersomstandigheden belangrijk?

Welk(e) detail(s) waren zo belangrijk, dat je ze nooit bent of zult vergeten?

Is er sprake van een verandering, een wending (maar) zoals in het gedicht van Cisneros.

Deed de gebeurtenis je denken aan een ander verhaal? Bijbels, sprookje, oude vertelling?

Kun je uit dat parallelle verhaal vergelijkingen gebruiken voor je eigen gedicht?

Het gedicht over de walvis loopt in zekere zin af met een happy end. Dat hoeft bij jou natuurlijk niet zo te zijn.

Welke sterke regel kun je herhalen.

Antonio Cisneros schrijft lange regels, je kunt ze ook kort en bondig houden.

Componeer je gedicht.

 

Het kind en ik

Wanneer des nachts de donkre vogels komen
en ons weer wekken met hun stalen stem,
roept hij heel zacht mijn naam en zeg ik hem
dat het weer nacht is en wij samen droomen.

Beneden op de trap is alles duister; 
daar zit hij op mijn knie en luistert hij
naar wat mijn stem nog liegen kan, waarbij 
het dreunen wedijvert met mijn gefluister.

'Slaan ze de trom, Koos, zijn het de kabouters 
die weer een optocht houden door de straat? 

Ziet de politie hen dan niet, die stouters?' 


Geef mij vannacht — dat ik mij niet verraad —
voor deze schande weer een nieuwe leugen
die voor dit slaapzwaar kind, god, nog kan deugen!
             

- Koos Schuur

 

De volwassen man hoopt dat hij nog meer (goed bedoelde) leugens kan verzinnen terwijl de vliegtuigen in W.O. II overvliegen. In het gedicht is angst een belangrijk gegeven. Het kind is bang. Maar ook de volwassene is bang, hoewel dat nergens zo geschreven staat.

De dichterlijke vergelijking van de overvliegende vliegtuigen met ‘donkre vogels’ is in het gesprek ‘echt waar’ geworden. Het kind gelooft dat er vogels zijn.

Natuurlijk is de huidige Corona crisis niet te vergelijken met de oorlog, hoewel sommige mensen dat graag doen, maar ook nu is er angst en onbegrip. Niet alleen bij kinderen.

De locatie is belangrijk; beneden op de trap, alles is duister.

Het kind wordt sprekend opgevoerd, de verteller geeft geen antwoord, wel lezen we zijn gedachten.  Ook hier is er sprake van een buitenwereld die de binnenwereld van het gedicht sterk beïnvloedt.

 

Opdracht bij Het kind en ik, Koos Schuur

Neem een situatie in gedachten waarin zich een half verzwegen dialoog kan afspelen. Het kan een recente situatie zijn of iets van lang geleden. Belangrijk is dat gebeurtenissen in de buitenwereld de gedachten, de gebaren en woorden in de binnenwereld beïnvloeden.

Noteer zoveel mogelijk trefwoorden die te maken hebben met de wereld buiten. Misschien gebruik je ze niet allemaal, maar sommige wel.

Denk aan dag, nacht, weersomstandigheden, berichtgeving, radio, televisie, herhaling van berichten, dreiging, vliegtuigen, sirenes, angst.

Noteer zoveel mogelijk trefwoorden die te maken hebben met de wereld binnen. Misschien gebruik je niet alle woorden, maar misschien ook wel.

Denk aan de locatie, de verlichting, bijzondere geluiden, andere mensen, zijn er huisdieren, is er genoeg te eten, mag je naar buiten, waarvoor ben je bang etc.

Maak korte regels van de verzamelde woorden.

Welke situatie levert je het meeste op, binnen of buiten?

Lees het gedicht van Koos Schuur nog een keer na. Koos Schuur gebruikt spaties. De strofe-indeling geeft structuur aan het gedicht, de structuur van een sonnet.

Ook als je geen eindrijm toepast, kun je toch een indeling maken.
 

Kijk of je een ‘personage’ in je gedicht sprekend kunt opvoeren.

Wat zijn woorden of regels die het personage uitspreekt?

Misschien zijn er twee personages aan het woord in deze bijzondere situatie.
 

Componeer met de verzamelde woorden en regels je gedicht.

 

Online opdracht: Gedichten schijven over missen

Er is altijd wel iemand die je mist. Omdat je te ver weg woont, omdat iemand ziek is, of zelfs omdat iemand overleden is.
Maar in deze vreemde coronatijd, kun je ineens mensen missen die eerder dichtbij leken. Alles is anders in deze tijd.

Hier zijn twee gedichten over missen. De gedichten rijmen niet aan het eind van de regel. Ga jij ook in je gedicht maar niet rijmen. Soms lijken woorden op elkaar, zonder rijm, dat kan natuurlijk wel.

Het eerste gedicht is van Johanna Kruit.

Het heet Winteravond, maar het kan zich natuurlijk ook in een andere periode afspelen.

Lees het gedicht. Als je het niet helemaal begrijpt, lees je het nog een keer.

 

Winteravond

 

Waarom zou je huilen,

Het is toch zoals het was.

Gewoon een avond. Winter.

Het gras wat wit en

Dat het nog verder sneeuwt.

 

Wat zit je daar nou alsof

Het voorbij is terwijl alles

Net nog begon.

Kom we doen de gordijnen dicht.

Zie je wel. Overal licht.

--

In het gedicht zegt de dichter iets tegen een ander.

De eerste regel is een vraag. In het gedicht zit het antwoord verstopt.

Opdracht:

Telkens schrijf je losse woorden op, naar aanleiding van de vragen. Het hoeven nog geen zinnen te zijn.  Als je geen antwoord hebt bij een vraag, sla je hem gewoon over, misschien weet je het later wel.

Denk aan iemand tegen wie je iets wilt zeggen in je gedicht. Schrijf niet de naam op van de persoon. 

Schrijf drie woorden op die te maken hebben met die persoon.

 

Aardig, boos, of…………………………….

Jong, oud, krom, recht of ……………………………..

Doet denken aan…………………………..

 

In het gedicht is het winter en avond. .

En in jouw gedicht?         …………………………..

Wat voor weer?  ………………………………………….

Kon je buiten zijn, spelen, praten?  ……………………………

Wat deden jullie het liefste samen ?..............................................

Deden er anderen mee? ……………………….

Waren er voorwerpen die jullie gebruikten? ………………………………………

Bijvoorbeeld iets voor sport? Of borduren? Of een bezem om schoon te maken? Shampoo om een auto te poetsen?

………………………………………………………………………………………

Heb je een foto van de persoon in je gedicht? Wat is daarop te zien.

…………………………………………………………………………………………………

Wanneer hebben jullie elkaar voor het laatst gezien, gesproken (bv telefoon of Skype)

Was het een goed gesprek, lang of kort, waar ging het over? ……………………………………………………………………………………………….

Kijk naar de woorden die je verzameld hebt, onderstreep de sterkste woorden, of stukjes van zinnen. Je kunt nog alles veranderen. En alles door elkaar gooien.

Zet een cijfer 1. Bij de woorden waarmee je gedicht begint

een 2. Voor de tweede regel. Etc.

Maak je gedicht, in je gedicht praat je met de ander, het is eigenlijk een soort brief. Gebruik de sterkste regels, en bedenk een titel.

 

Het volgende gedicht is van Hans Lodeizen.

Het gedicht heeft geen titel. Het gaat over de toekomst.

 

ik zal bij je terugkomen

en het jaar zal een feest zijn

de mensen zullen me omarmen

de wind zal mij groeten

en ik zal op je handen drijven

als een schip.

 

ik ben lang genoeg alleen geweest

ik speel met het droevige touw van de tijd

huil lach praat een beetje huil lach

en leer de buigzaamheid van het verdriet

ik zal bij je terugkomen als een schip.

--

Iedereen fantaseert wel hoe het zal zijn als de coronacrisis voorbij is. In dit gedicht schrijft de dichter hoe het zal zijn als hij de ander die hij gemist heeft weer terugziet.

 

Het woord ALS is heel belangrijk. De dichter vergelijkt zichzelf met een schip. Zo groot als een schip, zo snel als een schip.

Waarmee kun je jezelf vergelijken als je weer naar de anderen mag? Schrijf een regel met de vergelijking.

 

Opdracht:

Kies drie woorden uit dit gedicht . Schrijf bij elk van de woorden drie nieuwe woorden die erbij horen. Dan heb je samen 12 woorden.

Maak met die woorden korte zinnen, bedenk er .nieuwe woorden bij. Je mag ook de woorden van de dichter gebruiken. Zoals ik zal, ik ben, ik speel.

 

Schrijf nu met de woorden die je verzameld hebt je eigen gedicht. Misschien weet jij wel een titel.

In het gedicht praat je tegen iemand anders. Ook dit gedicht is een soort brief.

En ook in dit gedicht rijmen de laatste woorden van de regels niet.

 

Digitale les volgen van Ineke? Stuur dan een mail naar online@schoolderpoezie.nl

  • Vermeld in uw mail uw naam, e-mailadres en telefoonnummer
  • Voor wie is de les bedoeld? Uw klas, uzelf of anders?
  • Heeft u speciale wensen wat betreft onderwerp, niveau, output van de les?
  • Naar welke platvorm gaat uw voorkeur uit: Zoom, Skype, Whatsapp, GoogleHangouts of anders?

Wij nemen dan snel contact met u op voor een op maat gemaakte les.