zz

Docent Ineke Holzhaus blogt over VERS in Antwerpen

Een multiculturele school
De klassen zijn zeer gemengd van samenstelling, maar ook de nieuwe Antwerpenaren doen gretig mee. Het blijft voor een Amsterdammer wennen aan de prachtige bossen donker bijna zwart haar van de meisjes die hier in school geen doekjes dragen. Ze worden vanzelf allemaal Spaanse Schonen die uit een schilderij van Velasquez zijn weggewandeld. De leerlingen moeten hun eerste probeersels voorlezen. Ze zijn verlegen, praten te zacht, maar ik wil ze graag horen. Als hun gedicht wordt uitverkoren, moeten ze het ook op een podium durven voorlezen. Ik vraag ze recht te gaan zitten en moed te vatten.

Later vertelt een docent dat de leerlingen uit Nepal niet luid mogen praten, dat zit niet in hun cultuur. De samenstelling van de bevolking van de havenstad is zo mogelijk nog kleurrijker dan in Nederlandse steden. In de derde klas tref je soms grote leerlingen aan die als nieuwkomer bij jongere kinderen zitten. Maar ze schrijven wonderlijk goed Nederlands, al zijn ze nog maar twee jaar in België.

Sint Norbertus Instituut
Ook op het Sint Norbertus Instituut is de bevolking zeer gemengd. De oude trappen kraken onder de gympen en winterlaarzen. De docenten in Antwerpen halen de leerlingen van de speelplaats en begeleiden ze naar de klas. Eén kleine klas valt extra op door zijn gretigheid en ambitie. Pools, Turks, Congolees, Marokkaans van oorsprong, schat ik zo op het eerste gezicht. Een jonge dichter schrijft zijn regels diagonaal over het blad. Zoals de futuristen in de jaren twintig, maar hij heeft het opnieuw zelf bedacht.

Het is een tijdrovend gewetenswerk om de gedichten te kiezen die zullen worden voorgelezen in de Poëzierevue. Van sommige leerlingen is het duidelijk dat ze ambitie hebben om voor te lezen. Bij anderen is het gedicht zo sterk dat je maar hoopt dat de voordracht, na het oefenen, beter wordt.

Schrijfopdrachten & gedichten
Een van de schrijfopdrachten is gebaseerd op het werk van H.H. Ter Balkt. In het gedicht verplaatst de dichter zich in een goudkleurige ham, een hesp, en hij beschrijft vanuit dat perspectief een tafereel uit het jaar 1313. De leerlingen kiezen een ander jaar en een ander perspectief. De bruidstaarten en gouden ringen spreken tot ons op een bruiloftfeest. Teddybeertjes zijn moe van het vele dansen, een troon staat tussen shakende mensen. In alle stilte werkt een donkerogige jongen aan zijn vers. Het valt op door zijn eenvoud. De naam boven het gedicht lijkt Marokkaans te zijn, maar hij is zo lief en schuchter dat ik het hem niet eens vraag. Ik wil hem niet storen bij zijn laatste versie in het mooiste handschrift. Ook de docent, met wie ik overleg, bevestigt dat hij er niet gelukkig van zal zijn als hij wordt uitverkoren om voor te lezen voor een volle zaal. Wie het gedicht leest, begrijpt wel waarom. Daarom staat het hier.

2011

Ik de gele overgebleven kruimel.
De lachende familie, de heerlijke koekjes en warme thee.
De oogverblindende verlichting zo fel als de zon.

Ik ben klein en bijna onzichtbaar.
Zonder doel liggend op de tafel.
Ik ben bang net als een prooi die geen kant meer op kan.
Niet wetend wat mijn lot is.
Tot ik opgeveegd en weggegooid word alsof ik niets
voor hen was.

Hicham Echahbouni