Zoë
Men kan van deze poëzie houden of er weerzin tegen hebben, maar onverschillig laten kan ze nooit. Ik ben een heel groot deel van mijn jeugd verloren, waar ik alleen met weemoed naar kan terugkijken. Weemoed is een foto van voor twintig jaar. Familie, nog samen, nog gezond is toen. Met een lijst van nu er rond, het nu houdt het verleden bij elkaar.(…) Foto is een gedicht waarbij Herman de Coninck een uitgebreide uitleg geeft over wat weemoed...
Eva
Toen ik klein was, ging ik elke zomer met m’n grootouders naar zee. Oma had altijd snacks en frisdrank mee, want ze wou de kleinkinderen verwennen. Ze was mijn heldin, mijn inspiratiebron en mijn oma. We hadden een speciale band. Ik zat in het eerste middelbaar toen ik te horen kreeg dat ze kanker had. Ze heeft hard gevochten, maar het niet gehaald. De foto’s die in het huis van haar en mijn grootvader hangen, zie ik voor me als ik het gedicht...
Suze
Wie ben ik? Twintig paar verveelde ogen staren me aan. Voorstelrondjes: wat heb ik daar een hekel aan. Het is ‘een mogelijkheid om elkaar te leren kennen’ maar eigenlijk interesseert het niemand wat je lievelingskleur is. Om de woorden van de dichter Bernard Dewulf te citeren: Ik snuffel in een leven, kan met alles niets beginnen. Favoriete sporten, namen van huisdieren en geheime talenten zijn al voorbij gekomen. En nu is het mijn beurt: wie ben...
Noa
Ik schrijf en dicht over wat ik voel en wat ik zie. Ik zie de wereld en schrijf erover op mijn eigen manier. Het gedicht Credo van Hans Andreus omschrijft exact hoe ik mij voel als ik mijn gedachten neerpen en ze in een gedicht giet. Als je schrijft zijn er geen grenzen, je kan van de wereld maken wat je wilt. Credo is een heel poëtisch, maar duidelijk gedicht over dichters: het gaat kort en bondig over hoe zij zijn en wat zij creëren. Als lezer...
Jef
Schijn en realiteit, een grote filosofische antithese die zich voordoet in ons denken. Toch is er geen enkel mens die beide concepten consequent van elkaar kan onderscheiden in een praktische context. Valt realiteit te vatten en kan men rondom schijn heen kijken? We kijken altijd door een caleidoscoop wanneer we de realiteit innemen. Al sinds de klassieke oudheid weten we dat deze lens moeilijk te doorbreken valt zonder je te snijden aan de...
Eduard
Ik hield haar hand en zong de liedjes mee. Martinus Nijhoff herinnert zich in zijn gedicht Moeder de goede tijden die hij samen met zijn moeder had. Ik denk dat hij daar weer naar toe wil. Wie niet eigenlijk? Ikzelf zou soms ook weer een klein kind willen zijn. dat was de meest zorgeloze tijd van mijn leven. De stem van mijn moeder horen was voor mij als klein jongetjes voldoende om me veilig te voelen. Moeder van Nijhoff en Ik sla een hoek om...
Bijou
Een Japanse danseres was mijn oma niet. En tenger paste zeker niet bij haar. Als een kind had ik haar ook niet beschreven, de forse kastelein die wist hoe ze een tab moest temmen, mijn oma. Toch klonk haar stem weer even in mijn gedachten toen ik Slauerhoff’s gedicht Japansche danseres las. Want Samurai past haar wél, goh wat konden haar scherpe woorden snijden. Zo is voor mij dit misschien wat ontoegankelijke en abstracte gedicht, doordat het in...
Doris
Parijs, april 2017. Locatie: Centre Pompidou. Een schilderij in het museum. Een wit vlak met een zwarte veeg en een rode stip. Een wit vlak, wit, wit, rood, de stip is rood. Een zwarte veeg, zwart een veeg, rood. Mensen kijken naar het schilderij, mensen met brillen, mensen met grijs haar. Ik weet niet waarom maar het schilderij is verwarrend. Ik loop door naar het volgende schilderij. Een rood vlak met een gele cirkels, het lijkt of je verdwijnt...
Zoë
Ik ben niet bang voor veel dingen. Niet dat het echt iets is om over op te scheppen want mijn arachnophobia komt zelfs naar boven als ik een omgekeerd tomatenkroontje op mijn bord zie liggen. Naast arachnophobia heb ik ook een angst voor de dood. Dit is niet zo zeer een fobie omdat deze angst wel rationeel is. Niemand weet wat er gebeurt, of waar we naar toe gaan na de dood. Speculatie is er genoeg, zekerheid niet. Hierdoor spreekt het gedicht...
Charlie
Ik herinner me dat ik moest leren mijn verdriet te tonen. Dat verdriet niet iets vies is of iets waar nooit over gesproken mag worden. Tranen mogen gelaten worden en woorden zijn soms niet nodig. Het los gooien van de teugels en je verdriet vrij spel geven. Oh wat een opluchting gaf dit me achteraf. Achteraf omdat er toch een soort angst op zit. Angst dat andere mensen je emotioneel zien en het niet begrijpen. Of dat ze juist te hard proberen het...